Bakermat
          Omkaderd
           

Herselt, de bakermat van de familie Thiels

Generaties lang heeft de familie Thiels in Herselt gewoond. De meeste verbleven te Blauberg of op de Voortjesheide (wijk Varenwinkel). Daar was hun aanwezigheid zo uitgesproken dat die te Blauberg de gevleugelde woorden deed ontstaan: “Op de Blauberg heet iedereen Aerts, behalve die van Thiels, die heten Meynckens.” M.a.w. te Blauberg domineerden twee families, de Aertsen - of de “Klonen”, zo genoemd naar de stamvader die klompenmaker was - en de Thielsen. Dat belette de Thielsen niet om uit te zwermen, zowel binnen de gemeente als daarbuiten. Dit bleef trouwens niet beperkt tot de buurtgemeenten. Ook buiten Vlaanderen is de familie Thiels present, zoals te Nederland - waar al in de 13de eeuw een “Thiels” genoemd wordt in akten over Tilburg -, Frankrijk en zelfs de Verenigde Staten van Amerika.

Voor mensen die een stamboom opmaken of de geschiedenis van hun familie schrijven is een kerngebied als Herselt een zegen maar ook een vloek. Een zegen, want de meeste gegevens kunnen in één gemeente gevonden worden of in de aangrenzende. Maar ook een vloek, want je moet op elk moment rekening houden met alle eigenaardigheden van de streek waar je familie vandaan komt. En voor de gemeente Herselt waren er dat tijdens de vorige eeuwen heel wat !

Van de vroege middeleeuwen tot ongeveer 1800 was Herselt een heerlijkheid - de toenmalige benaming van wat we nu een gemeente noemen - in het hertogdom Brabant. Het behoor-de samen met de huidige fusiegemeente Westerlo, Olen en Hulshout tot het markizaat Westerlo dat bestuurd werd door de familie de Merode en dat een onderdeel was van het mark-graafschap Antwerpen. Dit was op zijn beurt een deel van het overkoepelende hertogdom Brabant. Aangrenzende gemeenten als Testelt, Begijnendijk, Aarschot en Wolfsdonk behoorden tot een ander onderdeel van Brabant, nl. het hertogdom Aarschot. Al deze opdelingen brachten tal van verschillende regels, wetten en belastingen met zich mee die het voor mensen van vandaag niet makkelijk maken om het leven van onze voorouders te verstaan. Zo werden bijvoorbeeld andere maten en gewichten gehanteerd in het hertogdom Aarschot dan in het markizaat Westerlo. Ook de munten en oppervlaktematen konden erg uiteenlopen.

Voor Herselt werd deze situatie nog ingewikkelder. Alhoewel het één eigen heerlijkheid was met een eigen schepenbank of dorpsbestuur, was de gemeente verdeeld in drie grote delen naargelang de parochie waartoe die behoorden. Zo was er:
-  Herselt - het eigenlijke centrum met Varenwinkel - of de parochie St.-Servaas.
-  Ramsel of de St.-Hubertus- parochie
-  Blauberg en Bergom. Deze laatste hadden geen eigen structuur maar hoorden bij  Westerlo of de parochie St.-Lambertus.

Aangezien een groot deel van het middeleeuwse leven en economie gebaseerd was op het principe één dorp één parochie ontstonden hier veel problemen. Al wat geregeld of opgelegd werd door de overheid - belastingen, wetten, administratie, tellingen, … - was van kracht voor de hele heerlijkheid. Het dagelijkse leven en al wat daarbij hoorde, was echter geregeld per parochie. Dit was niet alleen zo voor de doopsels, huwelijken en begrafenissen en hun registratie, maar ook voor de armenzorg (de Heilige-Geesttafels) en de tienden die moesten dienen voor het onderhoud van de kerk en de pastorij en het loon van de pastoor. Wie dus te Bergom of Blauberg woonde, moest wel zijn belastingen betalen te Herselt, maar moest voor al de rest terecht in Westerlo. Zolang dit het betalen van de tienden en de zuiver kerkelijke zaken (dopen, …) betrof, zag men daar de mensen van Blauberg en Bergom graag komen. Wanneer diezelfde mensen echter kwamen aankloppen voor steun door de armentafel waren ze niet meer welkom en begon het spelletje verantwoordelijkheid doorschuiven tussen Westerlo en Herselt. De behoeftigen - en die waren er vooral in Blauberg veel - waren de dupe.

Voor de familievorsers is deze opdeling van de gemeente Herselt vaak een struikelblok. Onze voorouders waren meestal pachters die geen of weinig eigen grond hadden en vaak verhuisden telkens hun huur was afgelopen. Zo kan het voorkomen dat een gezin officieel altijd in Herselt had gewoond, maar in de praktijk voor korte periodes in andere gemeenten had verbleven. Wanneer men bovendien tussen de verschillende parochies van dezelfde gemeente verhuisde, kon alles voor de opzoekers nog moeilijker worden. Wie houdt er immers altijd rekening mee dat een gezin uit de Voortjesheide of de Bleidenhoek te Blauberg zijn pasgeborene de ene keer in Herselt-centrum laat dopen en de andere keer in Westerlo ? En dan is er nog geeneens een verklaring gegeven waarom dit gebeurde. Om de zaken nog ingewikkelder te maken, kunnen we even stilstaan bij de grenzen tussen de bisdommen. Voor onze streek waren er vanaf 1559 drie bisdommen : Mechelen voor de gemeenten van de huidige provincie Brabant, Antwerpen voor Herselt St.-Servaas, en … ’s Hertogenbosch voor de parochies Westerlo en Ramsel !! Waarmee we maar willen duidelijk maken dat het vinden van informatie over een familie vaak minder eenvoudig is dan het lijkt. Afhankelijk van bovengenoemde indelingen, moet je immers op andere plaatsen in andere archiefbronnen gaan zoeken.

Wie zich door dit alles niet laat afschrikken, vindt tal van interessante zaken over zijn familie. Wist je bv. dat Jan Thils in 1786 ‘borgemeester’ - zeg maar ontvanger van de belastingen - was voor Ramsel? Dat Norbertus Thiels de 43ste abt van Averbode werd? Dat Petrus Hubertus Thiels pastoor werd van Langdorp en later van Ramsel? Dat zijn broer Norbertus Franciscus in 1806 aan de universiteit van Leiden afstudeerde als dokter - een uitzondering voor die tijd ! - en na een vechtpartij moest vluchten voor de politie? Dat hun broer Michiel een grote boerderij had op de Voortjesheide?

Toch moeten we bij dit alles waarschuwen voor een te rooskleurige kijk op het leven van onze voorouders. Het is niet omdat enkele figuren bekend zijn geworden of het ver hebben geschopt in de maatschappij, dat het leven voor andere leden van de familie al rozengeur en maneschijn is geweest. Integendeel ! Het dagelijkse leven was gewoonlijk één van hard labeur op arme grond. De meeste mensen mochten al dik tevreden zijn als ze elke dag genoeg eten op de plank hadden voor hun gezin. Bovendien was een stelsel van sociale zekerheid zoals wij dat nu kennen, onbestaande. Een mislukte oogst, een besmettelijke ziekte onder het vee of de mensen, passerende legerbenden, een brand, … het waren allemaal tegenslagen die een welvarende gezin van het ene ogenblik op het andere tot de bedelstaf konden veroordelen. Voor arme gezinnen waren dergelijke zaken een regelrechte ramp.

Bovendien waren de leefomstandigheden van onze voorouders alles behalve ideaal. De meeste woningen waren immers van leem met slecht één open haard die dag in dag uit moest branden om het eten klaar te maken voor mens en dier, maar die op geen enkel moment het huis kon verwarmen. Het gezegde “van voor verbrand, van achter bevroren” geeft duidelijk weer hoeveel warmte zo’n open haard leverde. Wie eraan twijfelt, gaat best eens op een koude, regenachtige dag in het vroege voorjaar of late herfst naar Bokrijk. Daar kan je nog aan den lijve ondervinden hoe “gezellig” dit aanvoelt als je daar je hele leven moet in wonen. In zo’n lemen stulp kon men amper de woonkamer verwarmen, de slaapkamers  (zo ze er al waren) of de slaapzolder waren ijskoud. De hoge kindersterfte bij zuigelingen was voor een groot deel te wijten aan deze minderwaardige huisvesting. Daarom sliepen veel gezinsleden en ook de meiden en knechten in het hooi in de schuur of op de schelft (=de hooizolder) boven de stal. Daar had men tenminste de warmte van het hooi of stro én die van de dieren. Dat men uren in de wind naar de mest van de geiten of de koeien stonk moest men er maar bijnemen.

Bij deze - naar onze normen - minderwaardige hygiëne en huisvesting moet je ook nog rekening houden met de voeding van de mensen. Voor de armen en de dagloners was het simpel: er was altijd eten te kort. En bij wie genoeg te eten had voor zijn gezin was de voeding heel eenvoudig en eenzijdig: pap en roggebrood driemaal per dag. Veel afwisseling was er voor de meeste niet bij. Dat dit niet bevorderlijk was voor de gezondheid, spreekt voor zich. Veel misvormingen, ziekten en voortijdige dood waren een gevolg van deze slechte voedings- en leefomstandigheden.

Wie zoals de familie Thiels de geschiedenis van zijn familie wil schrijven, mag niet voorbij gaan aan dergelijke zaken. Het is pas tegen de achtergrond van hard labeur op schrale zandgrond, van oorlogen of epidemieën, van leven en dood, dat een stamboom of familiegeschiedenis meer wordt dan een loutere reeks nietszeggende namen. Pas dan realiseert men zich dat het gaat om mensen van vlees en bloed, die in ons voortleven.

Enkele oude foto's van Herselt en Ramsel

hHerselt de Snepkens
Herselt Dorpplaats
Herselt Panorama
Herselt herberg
Ramsel windmolen
Ramsel Molenstraat
Ramsel Stationstraat
Ramsel Kleiput
Ramsel weg naar Herselt

TOP

Gregorius Thiels
43ste Abt van de Abdij van Averbode
Leefde in de turbulente jaren van de Franse Revolutie

Gregorius ThielsAls 16de kind uit de kroostrijke familie van 17 kinderen, werd Norbertus Thiels geboren op vrijdag de 17de augustus 1742. Zijn ouders waren Joannes, 41 jaar en Elisabeth Verreyt, 42 jaar. De volgende dag werd hij gedoopt en zijn peter en meter waren Petrus Servatius en Isabella Maria Thiels, zijn 15 jaar oudere broer en 22 jaar oudere zus.

Gedurende zijn jeugd volgde hij school te Westerlo, een naburig dorp op wandelafstand. Op 20 jarige leeftijd, op 12 oktober 1762, trad hij binnen in de abdij van Averbode. Dit is het dorp gelegen naast Herselt.
Twee jaar later, in 1764 werd Norbertus priester gewijd en werd hem de naam Gregorius gegeven.

Kort daarna ging hij naar de Universiteit van Leuven, om er nog 2 jaar te studeren.
In 1768 keerde hij naar Averbode terug om er Theologie te onderwijzen en in 1772 werd hij Proviseur van de Abdij. Deze job deed Gregorius voor ongeveer 18 jaar. Na deze periode keerde hij terug naar Leuven als President van het Norbertijnen College.
Na de dood van Abt Verboven in oktober 1790, werd Gregorius Thiels op 12 november 1790 verkozen als 43ste Abt. Tengevolge de Oostenrijkse overheersersing in deze periode, duurde het nog tot april 1791 vooraleer Gregorius zich als Abt kon vestigen.

Na verschillende hevige gevechten, werden de Oostenrijkers door de Franse legers verdreven en gingen onze contreien deel uitmaken van de Franse Republiek. Normaal leven in de abdij werd sindsdien bijna onmogelijk, temeer daar de Fransen uitwaren op weerwraak, daar de Abdij logies had gegeven aan de Oostenrijkse legers.

Abt Gregorius begon daarom voorzorgen te nemen om zowel goederen als andere waardevolle zaken te vrijwaren. Op 10 juli 1794 verliet hij zijn Abdij om zich te verstoppen. Na zijn terugkeer in 1795, werd hij op 14 februari 1797 opnieuw uit de Abdij verdreven, daar hij niet langer de hoge taksen kon betalen welke de Fransen hem oplegde. Roverij en het aanslaan van goederen waren in die tijd een gewone zaak geworden.

Op zijn vele jaren durende vlucht voor de Fransen, moest hij op verschillende plaatsen onderduiken, zoals Testelt, Diest tot zelfs Emmerich, Westfalen in Duitsland.
Pas in 1808 kon hij naar zijn Abdij in Averbode terugkeren.
Door het turbulente leven gedurende de Franse revolutie, konden veel van zijn plannen niet uitgevoerd worden.
De Fransen werden verdreven, nadat het leger van Napoleon werd verslagen te Waterloo.

Abt Gregorius Thiels stierf op 79 jarige leeftijd op 31 juli 1822. Zijn grafsteen bevindt zich nog steeds op het kleine Abdij kerkhof, tegen de muur van de Abdijkerk.
Ter nagedachtenis van Abt Gregorius, werd er door de Abdij in 1993 een gedenkpenning uitgegeven. Eén zijde toont Gregorius en de andere zijde de 14de eeuwse toegangspoort van de Abdij.

Abdij Averbode
detail graf Gregorius
graf Gregorius

Het testament van Abt Gregorius Thiels.

Eind vorig jaar kwamen we in het bezit van een kopie van het testament van onze door ieder al gekende Abt Gregorius Thiels, 43ste abt van de Norbertijnenabdij van Averbode. Een man met een sterke geschiedkundige waarde. Niet alleen door zijn verantwoordelijkheid voor de genoemde abdij maar ook omdat hij door zijn bisschoppelijke titel zitting heeft als lid van de Staten Generaal van het Hertogdom Brabant. Een andere meerwaarde is dat ook Gregorius grote verantwoordelijkheid draagt op een scharniermoment in de geschiedenis. Het einde van het ‘Oude Regime’ en het begin van de ‘Moderne Tijden; dat is eind 18de en begin 19de eeuw. Het einde van de Oostenrijkse Nederlanden, de Franse Revolutie (waardoor hij en zijn medebroeders uit de abdij werden gezet en moesten vluchten) en de Nederlandse tijd.

Dit testament is opgesteld zowat vijf jaar voor zijn overlijden.
We geven eerst de originele tekst en vervolgens, regel per regel, dezelfde tekst in het Vlaams van toen. De tekst in de marge op de eerste bladzijde informeert ons dat zijn aardse bezittingen zijn overgedragen aan zijn confrater Carleer: “Heer I. Carleer voor den notaris V. Di Martinelli den 12 december 1822”.

     
testament 1
testament 2
testament 3
     

Op heden desen achtentwintighsten february
achthien hondert en seventhien voor my Vin-
centius Dimartinelli openbaeren Notaris ter resi-
dentie Van de stad Diest arr.  van Loven provin-
ce Van Zuydt Brabant en in de presentie der Vier
hier onder te noemen en ondergeteekende getuygen
tot dese Expresselyk Vacerende tot Everbode onder Testelt, was pre-
sent  Den Hoogh weerdigen Heer Gergorius Thiels inwoonende
op de pastorye tot Everbode onder Testelt voorschreven zynde
gezond van Lichaem en memorie Verstand en Zinnen de selve
wel machtigh en gebruyckende, Zoo het daerelyk schene en
bleeke aen my notaris en de vier hier Onder te noemen getuygen
uyt Zyne Conversatie en redecavelingen, en aen my notaris en
de Vier getuygen seer wel bekent Welcken Comparant Gregorius
Thiels Hooghweerdigh Heer Van het voor dese abdye, van het
geseydt Everbode, niet soekende Van dese wereld te
schyden sonder over syne tydelyke goederen gedisponeert te
hebben, en my voornoemden en ondergeteekenden notaris
in de presentie der vier hier onder te noemen getuygen zegt en
dicteert dit zyn tegen woordigh testament en zyn dispositie
van uytersten wille als Volght
Voor Eerst bevele ik Gregorius Thiels Hoogh weerdigh Heere
van het voor dese abdye Everbode testateur by dese, myne
Ziele Zoo haest de selve uyt myn sterffelyk Lichaem sal
Komen te scheyden aen de Grondeloose Bermhertigheyd
Van God almachtigh mynen Schepper en Salighmaeker,
aen de voorspraeke Van Zyne gebenedyde Moeder en
Heylige Maghet Maria, en van het geheel hemels gezelschap
en myn dood Lichaem ter gewyde aerde, laetende myne
begraeffenisse, uytvaerdt en alle godvruchtige Werken
te doen tot Laeffenisse myner Ziele aen de discretie
van myne hier onder te noemen Erffgenaemen, waer
mede comende tot de dispositie Van alle myne tydelyke
goederen meubelen en immeubelen en allent welck my
op den dagh Van myn overlyden sal toebehooren, alle het
selve laet maeke en legatere ik aen den Eerweerdige Heere
Ignatius Loyola Carleer, actuelen onderpastoor tot
Testelt, noemende en instituerende den selven by desen voor

Mynen Eenighsten en universeelen Erffgenaem
en in geval den gesyden en voornoemden Heere
Carleer van voor my testateur komt te overlyden,
noeme en instituere ik by dese voor mynen
Eenighsten en universelen Erffgenaemen den Eerweerdigen
Heere Willebrordus Verhulst, actuelen onder pastoor van
Couersel, en in geval de voornoemde twee Heren Carleer
en Verhulst byde voor my komen te overlyden, noeme
en instituere ik voor mynen Eenighsten en universelen
Erffgenaemen den Eerweerdigen Heere Sulpitius De Lespes tegen
woordigh onder pastoor tot Averbode vorschreve, om nae
mynen dood met alle myne goederen te doen en te dispone-
ren als Van saeke, hem in vollen eygendom toebehoorende
Waer in bestaet mynen Eenighsten en laesten wille
Dit testament is alsoo door den geseyde hoogh weerdigen
Heere Gregorius Thiels testateur, aen my notaris voornoemt
en ondergeschreven gedicteert, door my notaris voornoemt
zoo en gelyk hy het my heeft gedicteert geschreven en ter-
stonds daer nae door my notaris aen den geseyden Hoogh
weerdigen Heere testateur voor gelesen, alles in de presentie
Van den Eerweerdigen Heere Antonius Robyns, Pastoor
van Averbode, Joannes Franciscus Vermeylen Land-
bouwer tot Testelt, Henricus Claes Landbouwer woonende
onder Testelt voorschreven en Henricus Corten koster
van en tot Averboden voor getuygen hier toe expresselyk aensoght
genietende alle van hunne Borgelyke Rechten in Welckens
presentie den heere testateur nae voor lesinge aen hem
gedaen als boven heeft verclaert het selve wel te hebben
verstaen Conforme te syn aen zyne intentie en daer in te
Volherden, waer nae door my notaris aen den Heere testateur
en de vier voornoemde getuygen gevraeght off hy en sy alle
konde off wisten te schryven, heeft den Heere testateur en
alle de getuygen geantwoord dat ja en dese te sullen teeken-
en met my notaris waer van acte – aldus gedaen en
gepasseert op de pastorye tot Averboden woonplaetse
van den Heere testateur onder Testelt ten daeghe maende

en jaere als boven omtrent twelf uren des middaghs,
nae voorlesinge van allent voorschreven heeft den heere
testateur en de vier getuygen dese beneffens my notaris ge-
teekent als volght

Gregorius Thiels
Antonius Robyns
Jan Fr: Vermylen
Henri Claes
Henricus Corten
V: Di Martinelli Nris

Enregistré a Diest le Treize novembre
1800 vingt deux folio cent Douze verso
Case Cinq    reçu Trois florins Cinquante
Quatre et demi Cous: ad 9° Comprise

     

TOP

Geografische verspreiding
 

Het is zeer opmerkelijk dat het geslacht THIELS tot op heden hoofdzakelijk in Vlaanderen te vinden is. Voornamelijk het gebied boven Aarschot (met zwaartepunt in en om Herselt) waar de bakermat te vinden moet zijn en welk we HOLVAO noemen (Het Oude Land Van Aarschot en Omliggende) en de streek ten zuidwesten van Brussel (met kern in Herfelingen) welk we HOLVEO (Het Oude Land Van Edingen en Omliggende) heten.
Er zijn dus twee grote gebieden te bespeuren waar we het geslacht terugvinden: Noordoost en Zuidwest Vlaams-Brabant.

De relatie tussen deze gebieden is nog niet gekend, maar zal waarschijnlijk gezocht moeten worden in het feit van verhuis van een familie, jonkman of verscheidene Thiels-en van het noordoosten naar het zuidwesten. Geografisch ligt dit op logisch te volgen lijn, terwijl het een volgen is van een oude Romeinse heirbaan.

Anderzijds zullen factoren van economische grondslag een rol hebben gespeeld (Spaanse bezetting) alsook de agrarische factor. Men gaat immers van een arme heide- en zandgrond (Kempen en Hageland) naar de rijke klei- en leemgronden van zuidwest Brabant.
Dat er een bestuiving heeft plaatsgevonden van het Brusselse gebied valt niet te ontkennen. Zowel vanuit HOLVAO als HOLVEO zijn er naamdragers geweest (en zijn er nog) die zich in het hoofdstedelijk gewest zijn gaan vestigen; dit gepaard gaande met al dan niet terugkeer naar de onderscheiden gebieden van oorsprong, na verloop van tijd en/of generaties.

En Wallonië dan?

We mogen stellen dat alle Thiels-en die naar het Waalse landsgedeelte gingen zich hoofdzakelijk in de streek van La Louvière zijn gaan vestigen, een uitzondering niet te na gesproken. Reden: de koolmijnen in dat gebied met een economisch attractiever perspectief in de zware crisisjaren van 1840. Enkele zijn verhuisd om zich meer met de agrarische sector te gaan bezighouden. Sommigen pendelden elke dag tussen HOLVEO en het mijn- of landbouwgebied, anderen hebben er zich definitief gevestigd.

thiels belgie
thils belgie
Geografische verspreiding Thiels in België
Geografische verspreiding Thils in België
tiels belgie
tils belgie
Geografische verspreiding Tiels in België
Geografische verspreiding Tils in België

 Nederland

Joannes Ludovicus Thiels, geboren op 19 september 1777 te Tessenderlo is de grondlegger van onze Nederlandse tak. Hij behoord tot de tak Veerle I en jongste zoon van Joannes Baptista Thiels uit Veerle en Maria Catharina Pontanis, geboren te Testelt.
Joannes Ludovicus huwde in 1812 Maria Christina Merkelbags te Luyksgestel - Nederland en hadden samen zes kinderen. Deze tak is ondertussen uitgegroeid tot een 400-tal personen. Opmerkelijk hier is naamswijziging naar Tils en Tiels. De meeste van hun nakomelingen wonen nog steeds in de omgeving van Luyksgestel, Asten en Eindhoven.

thiels ned
tiels ned
Geografische verspreiding Thiels in Nederland
Geografische verspreiding Tiels in Nederland
tils ned
Geografische verspreiding Tils in Nederland

USA

Ten laatste kennen we de uitwijking in 1883 van het gezin Henricus Thiels - Maria Brems. Deze familie van vader Henricus, moeder Maria en 5 kinderen vertrekt vanuit Ramsel naar de USA, waar ze zich definitief vestigen in Alexandria, het midden en het hart van de “Deep South State of Louisiana”. Vandaag kennen we honderden afstammelingen van dit noest werkende gezin dat eens Vlaanderen verliet wegens de economische en agrarische crisisjaren bij het einde van de eerste helft van de negentiende eeuw.

TOP

 

   
Omkaderd
   


Grafsteen Abt Gregorius Thiels verplaatst

Bij een bezoek aan het kleine kerkhof naast de Abdij van Averbode in februari, viel het onmiddellijk op dat er wat wijzigingen waren gebeurd. Verschillende struiken en planten waren verwijderd om plaats te maken voor nieuwe.
Ook de grafsteen van Gregorius Thiels, 43ste abt van deze abdij en gestorven in 1822 was verplaatst. Nu hadden we door de jaren deze grafsteen al enkele malen een grondige poetsbeurt gegeven, daar we deze toch tot ons familiepatrimonium mogen rekenen.

Wat was er gebeurd?
De grafsteen werd enkele meters van de plaats waar hij lag, nu rechtop tegen de muur van de abdij gezet. Ook werd een afgebroken hoek vakkundig terug gelijmd. Graag hadden we hier toch wat meer duidelijkheid over gekregen.
Een antwoord op onze vraag aan de provisor van de abdij, E.H. M. Fierens luidt als volgt:

Inderdaad, wij hebben in oktober 2010 de grafsteen van prelaat Thiels rechtop geplaatst tegen de muur van het zijkoor van de abdijkerk. Bij deze gelegenheid werd de steen ook gelijmd, want er was een grote hoek afgebroken.
Dit was de oorspronkelijke plaats van de grafsteen, aangezien prelaat Thiels daar ook begraven ligt tegen de muur. Toen de buitenmuren van de abdijkerk gerestaureerd werden rond 1970, werd deze grafsteen uit de muur verwijderd en achteraf niet meer teruggeplaatst, maar op de grond gelegd verderop. We vonden het beter de steen op zijn oorspronkelijke plaats terug te zetten boven het graf.”

We hebben van de gelegenheid ook gebruik gemaakt om een prangende vraag te stellen aan de archivaris van de abdij, EH. Herman Janssens. Waarom werd abt Gregorius Thiels niet, zoals zijn voorgangers, begraven in de crypte onder het altaar?

Zijn antwoord hierop is:
De eeuwen voor de Franse Revolutie werden de abten begraven in de daarvoor ingerichte crypte onder het hoofdaltaar in de kerk. Omdat abt Thiels is gestorven op een ogenblik dat de abdij niet meer bestond, en er streng toezicht was op elke poging om de abdij terug op te richten, heeft hij blijkbaar een graf op het kerkhof gekregen.
De eerste oversten van de heropgerichte abdij werden, zoals de andere medebroeders, in de pand gang begraven. Later mocht dit niet meer. Daarom werd ook de eerste abt na de heroprichting, Leopold Nelo, in 1887 op het kerkhof begraven. Sedert de dood van zijn opvolger G. Crets in 1944 worden de abten opnieuw in de crypte bijgezet.”

Pas in 1834 wordt de abdij terug hersticht en wordt Hubertus Dierckx als overste gekozen. Het regelmatige kloosterleven kan dan herbeginnen.

De grafsteen zal nu gemakkelijker te onderhouden zijn en staat ook terug op zijn oorspronkelijke plaats. Gewoon prachtig.

Hendrik Thiels

 

   
grafsteen
   
           
   
gregorius
   

TOP